Complex samenspel: evaluatieproces digitaal dossier jeugdgezondheid

GGD Hollands Noorden heeft samen met GGD regio Utrecht en GGD Twente het proces van het digitaal dossier jeugdgezondheid (genaamd GGiD) door het bureau Andersson Elffers Felix (AEF) laten evalueren.

Met het GGiD wilden de GGD’en een nieuwe eigentijds dossierapplicatie voor de jeugdgezondheid ontwikkelen. Gelijktijdig met het besluit om te stoppen met de ontwikkeling van het GGiD is vorig jaar besloten om het proces te evalueren. De evaluatie is gericht op het begrijpen van de gang van zaken en op het trekken van lessen voor de toekomst.

De algemeen besturen van de drie GGD’en (regio Hollands Noorden, regio Utrecht en Twente) hebben het evaluatierapport besproken. Het algemeen bestuur van GGD Hollands Noorden onderschrijft de conclusies en neemt de conclusies over en de geleerde lessen ter harte.

Conclusie: complex samenspel

Uit de evaluatie van AEF blijkt dat er niet één of een klein aantal verklarende factoren is, maar dat er veel verschillende factoren zijn, die in een complex samenspel hebben geleid tot deze uitkomst. Er zijn door AEF drie conclusies getrokken.

  • Binnen de vastgestelde randvoorwaarden hadden de GGD’en het eindresultaat niet kunnen bereiken.
  • De randvoorwaarden bestonden uit gezamenlijke keuzes gedurende het hele proces en factoren waarop de GGD’en geen invloed hadden, zoals de aanbestedingswet en geldende marktcondities.
  • Tot slot heeft het vooral lang geduurd voordat werd besloten om te stoppen, omdat de haalbaarheid van een werkend product onduidelijk was en omdat de drempel om te stoppen hoog was.

Lessen voor de toekomst

Het evaluatierapport bevat waardevolle lessen en aandachtspunten voor zowel de ambtelijke als de bestuurlijke organisatie en uiteraard ook voor toekomstige projecten. Bijvoorbeeld dat het loont om aan de voorkant nog meer tijd te investeren om te bedenken wat je wilt. Het vooraf inbouwen van expliciete go-no-go momenten, het formuleren van een eenduidige graadmeter voor de status van een project en het vooraf inventariseren van risico’s en beheersmaatregelen. Ook zijn er zijn lessen over zaken die behouden moeten worden of worden versterkt bij nieuwe projecten. Bijvoorbeeld een professionele programma-organisatie en een gedeelde visie.