Tip voor opvoeders: het vertellen van familieverhalen

Kinderen ontwikkelen zich beter door familieverhalen. Begin er dus mee als ze nog maar jong zijn en ga ermee door tot ver in de puberteit. 
Ken je dat gevoel? Je ouders of grootouders beginnen een verhaal over vroeger. Jij houdt je heel stil. Luistert bijna ademloos om niets daarvan te hoeven missen. En om te voorkomen dat het verhaal wordt onderbroken. De hele sfeer is zo vertrouwd. Ook al heb je het verhaal al heel vaak gehoord, je krijgt er nooit genoeg van. Want het gaat over jou, waar je vandaan komt, bij wie je hoort, waardoor jij bent geworden wie je nu bent…. 

In het boek 'Tell me a story' van ontwikkelingspsychologe Elaine Reese staan de volgende wetenswaardigheden naar aanleiding van wetenschappelijk onderzoek dat zij heeft gedaan. Door het vertellen van familieverhalen aan kinderen ontwikkelen kinderen: 

  • meer zelfvertrouwen, veerkracht en zelfcontrole; 
  • minder angst en depressies; 
  • beter aanvoelingsvermogen van anderen; 
  • zelf de kunst van het vertellen; 
  • begrip voor wat er in hun familie speekt; 
  • oplossend vermogen in lastige situaties; 
  • gevoel van waar ze bij horen; 
  • vermogen om met anderen om te gaan; 
  • vermogen om op allerlei manieren naar situaties en anderen te kijken; 
  • begrip dat lastige dingen ook bij het leven horen. 

Familieverhalen kunnen altijd verteld worden of je nu thuis bent of onderweg, of je ziek bent of gezond, of je rijk bent of arm, of je opa, oom, vader of zus bent, in de vroege ochtend of tijdens de maaltijd, of je kunt lezen of niet. Iedereen kan het en iedereen heeft een scala aan verhalen. Je kan vandaag beginnen en de kinderen meenemen in de geschiedenis van de familie.