Preventieve maatregelen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan

Laatste bewerking op 1 februari 2021. Deze informatie kan achterhaald zijn. De links in de artikelen verwijzen altijd naar meest actuele informatie van de Rijksoverheid.


Hygiënemaatregelen

Voor het voortgezet onderwijs en mbo blijven de geldende adviezen en regels rondom infectiepreventie van belang. Het kan niet vaak genoeg gezegd worden:

  • Geen handen geven.
  • Hoesten en niezen in de elleboog.
  • Papieren zakdoekjes gebruiken.
  • Toepassen handhygiëne (handen wassen of handdesinfectans gebruiken).

Voor iedereen geldt:

  • Laat iedereen direct bij binnenkomst de handen wassen met water en zeep of handdesinfectans gebruiken. Zorg voor papieren handdoekjes om af te drogen. Zowel volwassenen als kinderen. Gebruik geen stoffen handdoeken of handdoekrol.
  • Laat de leerlingen tussendoor extra hun handen wassen of handdesinfectans gebruiken. Plan deze momenten. Bijvoorbeeld bij binnenkomst in een lokaal.

Mondkapjes

Mondkapjes zijn verplicht buiten het klaslokaal zowel voor leerkrachten, andere medewerkers als voor leerlingen.

Afstand houden

Overal in de school geldt de 1,5 meter afstand tussen leerlingen onderling, en tussen leerlingen en leraren. Er is een uitzondering voor de praktijklessen in het beroepsgerichte onderwijs, de praktische vakken, het praktijkonderwijs en in noodsituaties. Hierbij is afstand houden tussen leerling en docent en leerlingen onderling niet altijd mogelijk.

Bij de vakken waar dit van toepassing is, overlegt het betrokken onderwijspersoneel en de schoolleiding met elkaar over hoe te handelen.

  • In de klas bestaat een opstelling waarbij 1,5 meter afstand mogelijk is (bijvoorbeeld door leerlingen te spreiden over meerdere lokalen, het lesgeven aan halve klassen).
  • Creëer een aparte ingang en een aparte uitgang, looproutes en éénrichtingsverkeer in de school waardoor 1,5 meter afstand gewaarborgd wordt.
  • Ook op het schoolterrein wordt de 1,5 meter afstand benadrukt, bijvoorbeeld in het fietsenhok.
  • Pas lestijden aan, zodat niet alle leerlingen tegelijkertijd door het schoolgebouw lopen op weg naar een ander lokaal.
  • Wijs leerlingen een vast lokaal toe en laat de leraren wisselen tussen de lessen door van lokaal.
  • De 1,5 meter afstand is geen vervanging van het mondkapje of andersom. Dat moet nog steeds gedragen worden buiten de klas. Ook als er 1,5 meter afstand gehouden wordt.

Pauzes van leerlingen, leerkrachten en andere medewerkers

Tijdens sociale momenten tussen leerlingen en collega’s onderling (zoals bij pauzes) is het lastiger je aan de 1,5 meter afstand te houden. Daarom wordt geadviseerd om extra aandacht te besteden aan het zo mogelijk spreiden van pauzetijden en pauzeplekken. En de inrichting van de pauzeplekken, zoals duidelijke markeringen op 1,5 meter afstand (op banken/tafels) en het weghalen van stoelen. Een voorbeeld voor leraren is dat men kort luncht en bij behoefte aan een contactmoment buiten een wandeling gaat maken met 1 andere collega.

De VO-raad heeft een uitgebreid protocol voor onderwijs tijdens corona opgesteld. Hierna wordt er ingegaan op een aantal punten die van belang zijn voor de infectiepreventie op scholen, voor het volledige protocol kijk op www.vo-raad.nl.

Schoonmaken

Volg de Algemene hygiënerichtlijn RIVM om te zorgen dat de ruimten voldoende schoon zijn. Deze extra maatregelen kun je nemen om de verspreiding van het coronavirus zoveel mogelijk te verkleinen:

  • Maak je gebruik van schoonmakers (van een schoonmaakbedrijf)? Overleg dan met hen hoe dit georganiseerd kan worden.
  • Stel schoonmaakroosters op met schoonmaaktaken en wie deze uitvoert.
  • Zorg dat de schoonmaaktaken voor een ieder duidelijk zijn en laat de taken afvinken op het rooster.
  • Maak handcontactpunten extra huishoudelijk schoon. Dit zijn plekken die op een dag veel worden aangeraakt, zoals sanitair, deurklinken, lichtschakelaars, armleuningen, enzovoort. Zorg dat handcontactpunten meerdere keren per dag worden schoongemaakt met een allesreiniger.
  • Het wordt aangeraden dat iedereen (leerlingen en leerkrachten) bij binnenkomst en vertrek zijn eigen werkplek schoonmaakt (tafels) met schoonmaakmiddel.
  • Ook leermiddelen moeten na gebruik worden schoongemaakt, zoals toetsenborden, muizen en gereedschappen in praktijklokalen enzovoort.
  • Voor het schoonmaken van apparaten, zoals laptops en toetsenborden zijn er speciale schoonmaakmiddelen die het apparaat niet aantasten.
  • Alleen bij verdenking van coronabesmetting moet je ook desinfecteren. Het is dus niet nodig om alles voortdurend te desinfecteren. Een geschikt desinfectans moet beschikken over een middel dat het virus doodt. Kleine oppervlakken kun je desinfecteren met alcohol. Gebruik desinfecterende middelen altijd volgens de gebruiksaanwijzing en maak, voordat je gaat desinfecteren, eerst huishoudelijk schoon.
  • Beschikt het gebouw over een mechanisch ventilatie systeem? Laat het installatiebedrijf langskomen voor een extra check-up en maak goede afspraken over wie waarvoor verantwoordelijk is, denk bijvoorbeeld aan de schoonmaak van de luchtroosters.
  • Probeer ruimtes die gebruikt worden een paar keer per dag 10 minuten goed te luchten door de ramen en deuren open te zetten. Zet daarnaast ramen op een ‘kiepstand’ of een kier, zodat er de hele dag sprake is van natuurlijke ventilatie. Activiteiten in de buitenlucht beperken het risico op besmetting.

Tenslotte over gedrag en communcatie

Gedragsverandering is lastig. Wanneer de richtlijnen duidelijk zijn, ruimten zijn ingericht en middelen en materialen beschikbaar zijn dan nog blijkt het niet altijd gemakkelijk om je aan de maatregelen te houden. De combinatie van informatie, inrichting van de omgeving en aanwijzing helpt.

 

Daarbij is belangrijk:

  • De ‘boodschap’ vaak te herhalen (zo mogelijk mondeling).
  • De ‘boodschap’ te vereenvoudigen in pictogrammen en infographics.
  • Bij de inrichting gebruik te maken van aanwijzingen in de vorm van stickers, looproutes en éénrichtingsverkeer, ook op het buitenterrein van de school.
  • Zicht te houden op het naleven van de maatregelen om het gewenste gedrag te stimuleren. Het helpt om hier apart een medewerker voor in te zetten. Een persoon die laagdrempelig en vriendelijk, leerlingen en collega’s op de maatregelen kan wijzen. Met name tijdens piekdrukte in de aula en op het buitenterrein.