U bevindt zich hier

Basisregels voor thuisblijven, quarantaine en isolatie

Laatste bewerking op 1 februari 2021. Deze informatie kan achterhaald zijn. De links in de artikelen verwijzen altijd naar meest actuele informatie van de Rijksoverheid.


Hier lees je de algemene afspraken over thuisblijven. Wanneer er COVID-19 op de kinderopvang is, kan in overleg met de GGD worden besloten om striktere thuisblijfafspraken te maken. Hierover lees je meer in het hoofdstuk COVID-19 op de kinderopvang of school.

Kinderen

De basisregel is: kinderen van 0 tot 4 jaar en basisschoolleerlingen mogen naar school en kinderopvang komen bij verkoudheidsklachten, als ze af en toe hoesten of met astma of hooikoorts.

In een aantal gevallen geldt deze regel niet en moet een kind thuisblijven:

  • Als het kind verkoudheidsklachten heeft én contact heeft gehad met iemand met COVID-19.
  • Als het kind veel hoest, koorts of benauwdheid heeft.
  • Als het kind een huisgenoot heeft (volwassene of kind vanaf groep 3) met koorts of benauwdheid. Het hele gezin wacht de testuitslag dan thuis af.
  • Als het kind huisgenoot of nauw contact is van iemand met COVID-19. ►Zie quarantaine.  
  • Als het kind zelf COVID-19 heeft.  ► Zie isolatie. 
  • Als een kind recent uit een oranje of rood land is teruggekeerd. ► Zie quarantaine.

Medewerkers

Voor medewerkers geldt: ook bij milde klachten blijven zij thuis.

In een aantal gevallen moet een medewerker zonder klachten ook thuisblijven:

  • Als de medewerker een huisgenoot heeft (volwassene of kind vanaf groep 3) met koorts of benauwdheid. Het hele gezin wacht de testuitslag dan thuis af.
  • Als de medewerker huisgenoot of nauw contact is van iemand met COVID-19.   ► Zie quarantaine.
  • Als de medewerker zelf COVID-19 heeft.  ► Zie isolatie. 
  • Als de medewerker recent uit een oranje of rood land is teruggekeerd.   ► Zie quarantaine. 

Quarantaine

Iemand met een verhoogd risico op COVID-19 moet een tijdje in quarantaine. Meestal komt dat door contact met een huisgenoot of iemand anders met COVID-19. Ook na een buitenlandse reis gelden quarantaineregels.

Grofweg komt het erop neer dat huisgenoten en nauwe contacten van iemand met COVID-19 tien dagen in quarantaine gaan. Huisgenoten moeten daarbij afstand houden van de besmette persoon. Als ze op dag 5 nog geen klachten én een negatieve testuitslag hebben, mogen zij vervroegd uit quarantaine. Voor gezinnen met jonge kinderen is onderling afstand houden binnen het gezin vaak niet haalbaar en duurt de quarantainetijd langer. Zie voor details:

Voor mensen die uit het buitenland zijn teruggekeerd, gelden soortgelijke afspraken. Details vind je op:

Isolatie 

Iemand met COVID-19 die klachten heeft, blijft minimaal 7 dagen is isolatie. Zonder klachten is dit minimaal 5 dagen. Kijk voor meer details op: