COVID-19 op school

Laatste bewerking op 1 februari 2021. Deze informatie kan achterhaald zijn. De links in de artikelen verwijzen altijd naar meest actuele informatie van de Rijksoverheid.


De handreiking contact- en uitbraakonderzoek bij COVID-19 op de kinderopvang en school is strenger geworden. Door aan de ene kant het aantal nauwe contacten binnen kinderopvang en school verder te verkleinen en aan de andere kant in een vroeg stadium strenger in te grijpen bij een (mogelijk) cluster, proberen we grote clusters te voorkomen. Dit vraagt veel van scholen, kinderen, ouders en de GGD. Hieronder lees je de belangrijkste regels wanneer er één of meer personen met COVID-19 zijn.

Samenwerking GGD en scholen

Wij hebben een speciaal scholenteam in het leven geroepen om de samenwerkingslijnen met scholen nog korter te maken. Het doel is dat we zeer laagdrempelig contact hebben als er iemand met (een verdenking op) COVID-19 op school is. Dit weet de school vaak eerder dan de GGD. Is dat op jouw school het geval, neem dan contact met ons op via 088-01 00 562.

Ook kunnen we scholen ondersteunen om de kans op virustransmissie op school, en het aantal contacten per kind, zo klein mogelijk te houden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het cohorteren van kleine groepjes kinderen die samenwerken, inclusief een goede registratie daarvan. Wanneer zich toch een of meer besmettingen voordoen, kan de contactopsporing snel plaatsvinden.

Quarantaine en testbeleid bij een individueel geval van COVID-19

De quarantaineregels zijn aangescherpt. Vanaf nu gaan nauwe contacten van iemand met COVID-19 op school altijd thuis in quarantaine. Dit geldt ook voor kinderen. Een kind of medewerker is een nauw contact (categorie 2) wanneer hij of zij langer dan 15 minuten op minder dan 1,5 meter afstand is geweest van de besmette persoon. Voor de onderbouw van het basisonderwijs zal al snel een hele groep in aanmerking komen voor quarantaine, omdat het instellen en handhaven van vaste groepjes moeilijk is. Wanneer een nauw contact geen klachten ontwikkelt en op dag 5 negatief getest wordt, mag hij/zij uit thuisquarantaine en weer naar school.
Als hij/zij tussen dag 5 en 10 toch klachten ontwikkelt, moet hij/zij opnieuw in thuisquarantaine en getest worden.

De overige groepsgenoten en medewerkers (langer dan 15 minuten, korter dan 1,5 meter in eenzelfde ruimte) worden beschouwd als overig, niet nauw contact (categorie 3). Zij hoeven niet in thuisquarantaine maar moeten wel alert zijn op klachten. Bij klachten moeten zij thuisblijven en krijgen zij een dringend testadvies.

Er lopen pilots voor een alternatief testbeleid met sneltesten waarbij de gehele groep getest wordt, met als gevolg dat positieve geteste personen in isolatie gaan, negatief geteste personen naar school mogen blijven gaan (categorie 3), en dat alle geïdentificeerde nauwe contacten (categorie 2) in quarantaine gaan (ongeacht de testuitslag). De resultaten van deze pilots volgen nog en op basis daarvan wordt een advies nader uitgewerkt. Wij houden je hiervan op de hoogte.

Quarantaine en testbeleid bij een cluster van COVID-19

Als er meerdere gevallen van COVID-19 zijn die gerelateerd lijken te zijn in tijd en plaats, heet dit een cluster. In zo’n geval doen de GGD en school samen uitbraakonderzoek. Bovenop de hierboven beschreven maatregelen voor de nauwe contacten, zullen we extra maatregelen nemen om verdere verspreiding te voorkomen. Denk daarbij aan thuisquarantaine van een hele groep wanneer er meerdere besmettingen zijn binnen een groep, en het testen van grotere groepen leerlingen en medewerkers, ook zonder dat zij klachten hebben.