U bevindt zich hier

Positief opvoeden

Kinderen ontwikkelen zich het beste als ze in een positieve omgeving opgroeien. Een goede opvoeding voldoet aan 2 belangrijke zaken:

  • Warmte en aandacht
    Aandacht geven doe je bijvoorbeeld door met je kind te praten en samen dingen te doen. Wat vindt hij leuk? Laat hem er lekker over vertellen. Met een complimentje, knuffel of kleine beloning als je kind zich goed gedraagt, voelt hij zich gewaardeerd. Dat helpt hem opgroeien tot een volwassene met een goed zelfbeeld. Het is ook belangrijk je kind te steunen door rekening te houden met wat hij wil en hem de kans geven om veel te ontdekken. Positief gedrag kun je belonen en negatief gedrag kun je soms het beste negeren.
     
  • Regels en grenzen
    Regels zijn onmisbaar in de opvoeding. Ze zorgen voor duidelijkheid en een veilig gevoel. Vertel je kind wat je verwacht en wat je grenzen en regels zijn. Door je zelf ook aan de regels te houden, geef je het goede voorbeeld. Beperk de regels tot de dingen die je echt belangrijk vindt, of echt niet wilt en voorkom dat je de hele dag 'nee' moet zeggen. Zijn er teveel regels, dan wordt het al snel onduidelijk. Een paar duidelijke regels werken het beste. Houdt je kind zich niet aan de regels, dan kun je bijsturen. Het beste is om daar zo consequent mogelijk in te zijn.
     

Vaak proberen kinderen uit hoe ver ze kunnen gaan en waar de grens ligt. Dat maakt opvoeden zeker geen gemakkelijke taak. Probeer zo consequent mogelijk vast te houden aan dingen die je écht belangrijk vindt. Andere dingen kun je dan misschien wat makkelijker door de vingers zien. Daarmee wordt opvoeden een meer ontspannen klus en blijft het gezellig in huis.

Druk gedrag

Elk kind gedraagt zich wel eens druk. Bijvoorbeeld omdat hij enthousiast is of omdat er iets spannends gaat gebeuren. Hij kan dan niet stil zitten of is erg onrustig. Er zijn ook kinderen die van nature drukker zijn. Het kost hen meer moeite om rustig ergens mee bezig te zijn, dan andere kinderen. Drukke kinderen kun je helpen door veel variatie te bieden in activiteiten en speelgoed. Voor jezelf kun je de rust bewaren door breekbare of dierbare spullen weg te halen van plaatsen waar je onstuimige kind ze om kan gooien, dat scheelt stress. Laat je kind verder lekker buiten spelen en geef hem de gelegenheid om op ontdekkingstocht te gaan. Zo hou je de rust in huis!

Drukke kinderen worden vaak gecorrigeerd op momenten dat ze erg druk zijn. Het is beter om dat niet te doen. Als je je kind juist een compliment geeft als het rustig aan het spelen is, zal hij eerder snappen dat dat het gedrag is dat van hem wordt verwacht. Je kunt rustig gedrag ook stimuleren door je kind niet te overprikkelen. Dat kan bijvoorbeeld door samen te spelen of door een boekje voor te lezen.

Zelfvertrouwen en weerbaarheid

Door met elkaar te spelen, leren kinderen met elkaar omgaan. Ze leren wat ze wel en niet leuk vinden en wat vriendjes wel en niet leuk vinden. Je kind krijgt vertrouwen in zichzelf, in de manier waarop hij met anderen leeft en omgaat. Zelfvertrouwen wil zeggen dat je kind gelooft in zichzelf, in wat hij kan. Je kunt je kind helpen zelfvertrouwen op te bouwen. Bijvoorbeeld door veel liefde en aandacht te geven, zodat hij voelt dat hij belangrijk voor je is. Zelfvertrouwen kan ook groeien door je kind te laten merken dat je hem vertrouwt, door hem ruimte te geven om te oefenen en proberen en daarvan te leren. Geef je kind complimenten als iets lukt en help hem om iets te leren. Blijf wel realistisch: een gemiddeld kind van 5 kan geen pianoconcerten geven. Positief stimuleren en ruimte geven om te oefenen maken van je kind geen Mozart, maar wel een kind dat in zichzelf kan geloven en zelfvertrouwen heeft.

Kinderen die op zichzelf vertrouwen, zijn meestal ook weerbaar. Dat betekent dat ze goed om kunnen gaan met druk van anderen, voor zichzelf op kunnen komen. Het stimuleren van zelfvertrouwen is dan ook belangrijk voor je kind!

Relaties en vriendschap

De meeste kinderen groeien op in een gezin. Dat gezin kan bestaan uit een vader en moeder met broertjes en/of zusjes, maar het kan ook een eenoudergezin zijn, een gezin met pleegouders, twee vaders of  twee  moeders. De vorm waarin jullie samenleven, maakt niet zoveel uit. Het is wel belangrijk dat je kind een warm 'thuis' heeft, waar veiligheid, liefde, aandacht, zorg en respect aanwezig zijn. Thuis leert je kind omgaan met anderen, ziet hij hoe een relatie is tussen twee volwassenen. Dit neemt hij mee in de rest van zijn leven!  Ook hier geldt dus: geef het goede voorbeeld.

Voor kinderen is het ook belangrijk dat ze vriendschappen kunnen opbouwen. Door vriendschappen leert je kind hoe je met elkaar om moet gaan. Hij leert delen, maar ook incasseren en je eigen grenzen stellen. Door vriendschappen groeit het zelfvertrouwen en wordt je kind sociaal vaardiger.
Geen kind is hetzelfde. Waar het ene kind elke week nieuwe vriendjes mee naar huis neemt, heeft een ander kind maar 1 of 2 hartsvriend(inn)en. Je kunt je kind wel stimuleren om vriendschappen te sluiten en hem helpen door hem in contact te brengen met andere kinderen of bijvoorbeeld te bemiddelen over speelafspraken.

Seksuele ontwikkeling

De seksuele ontwikkeling van je kind, begint al als hij een baby is. Kinderen tussen de 4 en de 6 jaar kunnen al heel nieuwsgierig vragen stellen over seks, bijvoorbeeld over waar baby's vandaan komen of over de verschillen tussen jongens en meisjes. Bij kinderspel als 'vadertje en moedertje' of 'dokterje' spelen, speelt seksualiteit ook een rol. Wat wel en niet kan in het openbaar, is voor kinderen natuurlijk niet vanzelf duidelijk. Kleuters generen zich meestal niet om in hun blootje te lopen. Doet jouw kleuter dan ook, leg hem dan op rustige wijze uit dat bloot zijn in het openbaar niet mag.

Als je kind ongeveer 7 is, vindt hij bloot zijn in het openbaar niet meer gewoon. Hij kan zich er zelfs voor schamen. Hij zal ook minder vragen stellen over seks, het hele onderwerp wordt wat beladen. Toch is dit ook de leeftijd waarop kinderen heel erg verliefd kunnen zijn en handje vast willen houden met hun vriendje of vriendinnetje. Over het algemeen spelen jongens met jongens en meisjes met meisjes. Samen spelen is vaak (te) spannend. Kinderen kunnen dan verlegen of juist heel stoer doen.

De puberteit begint bij ongeveer 10 jaar voor meisjes en 12 jaar voor jongens. Je kind krijgt dan meer belangstelling voor seks. Ze vormen zich een beeld van seksualiteit door wat ze zien op TV en internet en wat ze horen van anderen.  Fysiek ontwikkelt je kind zich ook sterk in deze periode, ze krijgen meer lichaamsbeharing en de borstgroei start.

Pesten

Pesten is gedrag gericht op het kwetsen, vernederen, afwijzen en buitensluiten van één of meerdere kinderen. Op iedere school komt het voor en ieder kind kan er mee te maken krijgen. Pesten komt natuurlijk ook buiten school voor, bijvoorbeeld in de gezinssituatie of bij het buitenspelen.

Er zijn kinderen die goed kunnen omgaan met pestgedrag. Maar er zijn ook kinderen die het niet goed kunnen. Zij moeten leren hoe ze ''nee'' kunnen zeggen en hoe ze kunnen ingrijpen als ze zien dat anderen gepest worden.

Kinderen vertellen het lang niet altijd als ze gepest worden. Er zijn wel duidelijke signalen die wijzen op gepest worden. Het is verstandig om deze in de gaten te houden. Denk dan aan:

  • Niet naar bed willen.
  • Huilend van school komen.
  • Niet naar school/sport willen.
  • Niet (buiten) willen spelen.
  • Concentratieproblemen.
  • Thuis prikkelbaar zijn.
  • Boosheid.
  • Verdrietig zijn.
  • Vaak hoofdpijn of buikpijn hebben.
  • Slechte resultaten op school.
  • Bepaalde kleren niet meer aan willen.
  • (opeens) niets meer vertellen over school.
  • Geen vriendjes/vriendinnetjes meer meenemen naar huis.
  • Geen uitnodiging krijgen voor een kinderfeestje.


Vertoont je kind dit soort signalen, probeer het onderwerp pesten dan voorzichtig te bespreken. Het is verstandig om niet rechtstreeks naar pesten te vragen. Stel open vragen, bijvoorbeeld over hoe het is op school/ sport en met welke kinderen je kind graag omgaat. Wees alert op signalen die je kind afgeeft. Wil je hulp bij dit onderwerp, neem dan contact op met de jeugdverpleegkundige of met een opvoedadviseur.

Groei

In de basisschoolleeftijd groeit en ontwikkelt je kind zich snel. Ieder kind ontwikkelt zich op zijn eigen tempo. Gemiddeld groeien 4-jarigen ongeveer 8 cm per jaar en 5-10-jarigen ongeveer 5 cm per jaar. Vanaf 10 jaar (meisjes) en 12 jaar (jongens) start meestal een groeispurt. In de bovenbouw van de basisschool is goed te zien dat ieder kind daar een ander tempo voor heeft: de lengteverschillen worden dan groter. Meisjes worden eerder lang dan jongens, en jongens groeien langer door, soms wel tot na hun 20e.

Groeien kost energie. Zorg daarom voor een gezonde en gevarieerde voeding voor je kind.

Taal en spraak

In de basisschooltijd leert je kind veel op het gebied van taal. Op school leert je kind gebeurtenissen navertellen en zich goed uit te drukken, bijvoorbeeld in kringgesprekken. En natuurlijk leert je kind lezen en schrijven in deze periode. Als ouder kun je op een leuke en goede manier je kind helpen. Voor elke leeftijdscategorie zijn er activiteiten te bedenken die de taalontwikkeling van je kind stimuleren. Kleuters bijvoorbeeld leren heel veel van gewone gesprekjes en voorlezen, maar ook van samen rijmpjes opzeggen en liedjes zingen. Als je kind 6 is, leert het lezen en schrijven. Stimuleer je kind om veel te lezen, ook thuis. De meeste kinderen vinden het op deze leeftijd heel leuk om samen naar de bibliotheek te gaan en een boekje uit te zoeken. Door te lezen wordt de taal van je kind beter. Hij leert meer woorden kennen en betere zinnen maken. Kinderen leren door te lezen ook beter nadenken en het stimuleert hun fantasie. Vanaf een jaar of 8 kent je kind de regels van taal steeds beter en kan hij stukjes tekst beter begrijpen. Op school gaat hij zelf stukjes schrijven. Thuis kun je dat ook doen. En natuurlijk blijf je je kind stimuleren om te lezen.

 

Gezond gewicht

Een gezond gewicht is belangrijk, ook voor je kind. Alles wat je kind eet, heeft invloed op zijn gewicht en zijn gezondheid. Zorg er daarom voor dat hij gezond eet en niet teveel snoept. Geef je kind liever fruit mee naar school dan koek en pas op met extraatjes. Ook tussendoortjes die gezond lijken, bevatten soms erg veel suikers. Niet zo gezond dus! Heeft je kind trek na schooltijd? Een boterham of cracker is een gezond en lekker alternatief voor koek en snoep. 

Je kind eet gezond als het niet te veel, en ook veel verschillende dingen eet. Eet drie maaltijden per dag: een ontbijt om je stofwisseling op gang te laten komen, lunch om energie op de doen voor de middag en een gezonde (warme) avondmaaltijd. Een gezonde maaltijd bestaat bijvoorbeeld uit een portie groenten, aardappelen, rijst of pasta en vlees/vis of vleesvervangers. Voor de groei is verder belangrijk dat je kind voldoende fruit eet (2x per dag) en melkproducten drinkt. Natuurlijk geef je als ouder/verzorger het goede voorbeeld door ook gezond te eten!
Kijk voor meer informatie ook eens op de site van het Voedingscentrum.

Voor een gezond gewicht, is het ook belangrijk dat je kind beweegt, elke dag een half uur tot een uur. Dagelijks buiten spelen en lopend of met de fiets naar school of vriendjes gaan is al heel wat. Daarnaast kun je je kind stimuleren om te sporten. Praat eens met je kind over wat een leuke sport is en informeer gerust bij sportclubs ook naar proeflessen.

Als jij gezond eet en lekker beweegt, ontwikkelt je kind ook sneller een gezonde levensstijl. Geef dus het goede voorbeeld!

Oren en ogen

Het is belangrijk voor de ontwikkeling dat opgroeiende kinderen goed kunnen zien en horen. De jeugdarts test de zintuigen als je kind 5 is en daarna als het kind 10 of 11 jaar is. In de tussenliggende jaren, kun je zelf natuurlijk ook in de gaten houden of je kind (nog) goed hoort en/of ziet.

Zien
Ziet je kind niet zo goed, dan merk je dat vaak vanzelf. Kinderen die slechter zien, knijpen bijvoorbeeld vaak de ogen samen. Vaak willen kinderen die slecht zien ook dichtbij de TV of het schoolbord zitten. Wist je dat oogproblemen ook te merken zijn bij het lezen? Slaat je kind letters of woorden over, heeft hij opeens veel meer tijd nodig voor zijn huiswerk of leest hij weer onder zijn niveau, dan kan dat ook te maken hebben met een slechter zicht.
Als je denkt dat je kind niet goed kan zien, dan kun je het beste naar de huisarts gaan. De huisarts kan eventueel een verwijsbrief meegeven voor de oogarts.

Horen
Kinderen die niet goed kunnen horen, hebben vaak ook moeite met praten. Ook leren leren lezen en schrijven is lastiger. Natuurlijk is het ook moeilijker om met andere kinderen te spelen als je niet goed kunt horen en praten. Weet je niet zeker of je kind goed kan horen, dan kun je letten op:

  • Zeg of vraag iets tegen je kind, waarvan je zeker weet dat hij het wil horen. Vraag bijvoorbeeld of hij zin heeft in een snoepje. Hoort hij je?
  • Fluister tegen je kind. Kan hij je horen? 
  • Ga achter je kind staan en zeg iets tegen hem. Reageert hij?

Let op! Kinderen die druk aan het spelen zijn, horen het niet altijd als je een vraag stelt, gewoon omdat ze met iets anders bezig zijn. Je kunt aandacht vangen door naar je kind toe te komen en zijn naam te noemen. Hoort hij je dan nog niet goed, dan kun je je huisarts of de schoolarts vragen om een gehoortest te doen. 
 

Motoriek

Een kind van 4 kan meestal hinkelen op 1 been, maar nog niet fietsen zonder zijwielen of zwemmen. Dat leert je kind in de jaren dat hij op de basisschool zit. Hij leert zijn lichaam steeds beter kennen en zal zich steeds handiger en fijner gaan bewegen. Net als bij groeien, heeft ieder kind zijn eigen tempo bij het ontwikkelen van de grove en fijne motoriek. Bij de grove motoriek gaat het om grote bewegingen die nodig zijn voor bijvoorbeeld fietsen, klimmen en klauteren of balspellen. Bij de fijne motoriek kun je denken aan vaardigheden als schrijven en tekenen, met bestek eten en veters strikken. 
Kinderen oefenen hun motoriek door te spelen. (Buiten) spelen is gezond en goed voor hun ontwikkeling!

Start van de puberteit

Als je kind tussen 10 en 12 jaar is, start de puberteit. Meisjes beginnen eerder, als ze ongeveer 10 jaar zijn. Jongens zijn meestal rond de 12 jaar. Lichamelijk is de ontwikkeling zichtbaar, bijvoorbeeld omdat je kind meer lichaamshaar of borsten krijgt. Maar ook 'tussen de oren' gebeurt van alles. Je kind krijgt interesse in seks. Hij gaat grapjes maken en fantaseren en wordt daarin aangemoedigd door wat hij ziet op televisie, op internet en in tijdschriften. Dat betekent nog niet dat hij er ook met jou over wil praten! Het is heel gewoon dat jouw pogingen om relaties en seks bespreekbaar te maken, stuiten op gegiegel of een afhoudende reactie.

Zowel meisjes als jongens moeten vaak wennen aan de veranderingen van hun lichaam. Ze kunnen er onzeker van worden en zich afvragen of ze wel normaal zijn. Kinderen in de puberteit vergelijken zichzelf graag met anderen, ook fysiek. Dat doen ze met bekenden, maar bijvoorbeeld ook met idolen. Het is goed om je kind positief te blijven bevestigen en zijn zelfvertrouwen te stimuleren.