Babyblues

De meeste vrouwen krijgen in de eerste 2 weken na de bevalling de 'babyblues'. Tranen, overgevoeligheid, angst, neerslachtigheid en verantwoordelijkheidsgevoel, het hoort er allemaal bij. De blues worden veroorzaakt door de acute daling van je hormoonspiegel en verschijnt meestal 3 tot 10 dagen na de bevalling. Het is heel normaal, je hoeft je er dus niet voor te schamen! Praat erover met je partner, familie, kraamhulp of verloskundige. Als de klachten en depressieve gevoelens langer dan een paar weken aanhouden, is het raadzaam om hulp te vragen. Dit depressieve gevoel kan ook pas een paar maanden na de bevalling ontstaan. Neem het serieus!

 

De bekkenbodem na de bevalling

Tijdens het persen komt er druk te staan op de spieren van je bekkenbodem, de banden, je plasbuis, blaas en je endeldarm. Na de bevalling kan je onderlijf daardoor anders aanvoelen. Zo kun je moeite hebben het signaal te herkennen van een volle blaas of volle darmen. De bekkenbodemspieren kunnen ook zijn opgerekt waardoor je last kunt hebben van urineverlies, (vaginale) windjes of verlies van ontlasting. Deze klachten zijn bijna altijd tijdelijk. Je kunt je blaas- en darmreflexen prikkelen om weer op gang te komen door goed te eten en drinken en om de 2 tot 3 uur naar het toilet te gaan, ook als je geen aandrang voelt. Veel liggen helpt de spieren goed te ontspannen. Als je zit kun je je bekkenbodem ondersteunen door rechtop in een stoel te zitten met de voeten goed op de grond, steun in de rug en een zacht (dons)kussentje onder je billen.

Meer weten over je bekkenbodem? Kijk dan eens op bekkenbodemonline.nl.

De kraamtijd die jij wilt

Je kraamtijd kan een heerlijke periode worden waarin je geniet van je pasgeboren kind. Je kunt je verwonderen en eindeloos kijken naar dat kleine mensje. Ondertussen kun jij in alle rust herstellen, je lichaam de tijd geven om bij te komen van de bevalling en je geluk delen met de mensen die dichtbij je staan.

Het kan echter ook anders. Je kraamtijd kan een periode zijn waarin je je laat leven door anderen. Dingen laat gebeuren die je eigenlijk niet wilt, maar uit beleefdheid toch maar toestaat. Zoals visite die komt op een moment dat het je eigenlijk niet uitkomt. Of die te lang blijft plakken. Het kan ook gebeuren dat je visite je kind uit bed haalt of andere dingen doet die je niet wilt. Oma's en opa's die elke dag langs komen, terwijl hun aanwezigheid eigenlijk teveel is. Laat je het allemaal gebeuren of zorg je ervoor dat het gaat zoals jij wilt? Bedenk goed van te voren wat je echt niet wilt en praat hier in ieder geval over met je partner. Die kan dit dan meehelpen sturen. Ook je kraamhulp kan je helpen om de kraamtijd te krijgen die jij wilt.

Kraamhulp

Als je net bent bevallen, heb je recht op kraamzorg in huis. Hoeveel uur dat is, hangt af van de omstandigheden. Gemiddeld is de kraamhulp er 40 uur verdeeld over 8 dagen. Beval je thuis, dat leer je de kraamhulp kennen tijdens de bevalling, als ze de verloskundige komt assisteren. Beval je in het ziekenhuis, dan komt de kraamhulp als je weer thuis bent. 

De kraamhulp helpt je thuis met de verzorging van jou en die van je pasgeboren kind. Ook leert ze je hoe je je baby moet verzorgen. Je krijgt voorlichting, adviezen en handige tips. Geef je borstvoeding, dan zal de kraamhulp je helpen de voedingen goed op gang te laten komen. Ze is kortom je rots in de branding in de kraamweek.

De kraamhulp let goed op hoe jij herstelt na de bevalling en is daarmee de 'ogen en oren' van de verloskundige. Daarvoor controleert ze onder andere dagelijks je temperatuur, hartslag (pols), de stand van je baarmoeder, eventuele hechtingen, vloeien en urine en ontlasting. Ook je baby houdt ze goed in de gaten. Ze kijkt bijvoorbeeld of je kind goed drinkt en voldoende natte luiers heeft. Verder let ze op de kleur en de ademhaling van je baby. Ze heeft hierover regelmatig contact met de verloskundige.

De kraamhulp maakt een dagelijks verslag van wat ze ziet bij jou en je baby. Leuk om later nog eens door te lezen!

Zitten

Na de bevalling wordt vaak geadviseerd om op een ring te gaan zitten. Het idee erachter is dat je daardoor je pijnlijke onderkant wat ontlast. Zitten op een ring geeft echter vaak juist pijn, omdat daardoor de bekkenbodemspier wordt opgerekt. Je kunt beter op een zacht kussentje gaan zitten. Dit ondersteunt omdat het een een lichte opbolling geeft onder je bekkenbodem. Als je voordat je gaat zitten je billen aanspant, voorkom je rek op je bekkenbodem. Zodra je zit, kun je je billen en bekkenbodemspieren weer ontspannen.