Slapen een probleem
Slaapproblemen bij kinderen van 4 -12 jaar
Voldoende slaap is belangrijk!
Iedereen heeft slaap nodig. Voldoende slaap geeft een uitgerust en fit gevoel. Onvoldoende slaap leidt tot prikkelbaarheid, sloomheid, hoofdpijn en verminderde weerstand. Vermoeide kinderen kunnen op school slecht hun aandacht bij de les houden.
Hoeveel moet je kind slapen?
Niet ieder kind heeft evenveel slaap nodig. Een kind dat ’s ochtends uit zichzelf en uitgerust wakker wordt, heeft voldoende slaap gehad. Het gemiddeld aantal uren slaap dat kinderen op verschillende leeftijden nodig hebben, is:
- 4-6 jaar: 12 uur slaap
- 7-9 jaar: 11 uur slaap
- 10-13 jaar: 10 uur slaap
Regelmaat
Je kunt het beste iedere dag dezelfde bedtijd aanhouden, zeker als de volgende dag een schooldag is. In het weekend en tijdens vakanties kun je daar wel eens van afwijken. Spreek deze tijd af met je kind en houd je eraan. Vertel ongeveer een kwartier van tevoren dat het bedtijd wordt.
Tot rust komen
Een kind is overdag actief en zal eerst tot rust moeten komen vóór het in slaap kan vallen. Vermijd in het laatste uur vóór bedtijd spannende tv-programma’s, wilde spelletjes en gamen. Vaste gewoonten helpen je kind om rustig te worden. De vaste gewoonte bij het naar bed gaan, kan er bijvoorbeeld als volgt uitzien:
- Wassen.
- Omkleden.
- Tandenpoetsen.
- Een verhaaltje, liedje of een praatje over de dag.
- Een knuffel.
Stem de gewoonten af op de leeftijd van je kind. Neem er altijd genoeg tijd voor, maar niet langer dan een half uur.
Naar bed gaan
Maak van het naar bed gaan een goede afsluiting van de dag. Zorg dat het ‘naar bed gaan’ niet als een strafmaatregel wordt gebruikt. Probeer de slaapkamer en het naar bed gaan leuk te houden. Zorg dat je kind een eigen veilige slaapplek heeft die er voor hem of haar aantrekkelijk uitziet. Dit kan een eigen slaapkamer zijn, of een eigen slaaphoek. Als je kind bang is in het donker, dan kan een nachtlampje of het licht op de gang je kind geruststellen.
Tips voor het inslapen
- Een warm bad/douche, een beker warme melk, of nog even buiten spelen kunnen helpen.
- Laat je kind gemakkelijke nachtkleding dragen.
- Zorg voor een frisse slaapkamer en leg geen zware dekens op bed.
- Maak de slaapkamer donker als het buiten nog erg licht is.
- Als je kind bang is, dan is het belangrijk dat je deze angst serieus neemt. Stel je kind gerust en probeer er (samen) achter te komen waar je kind bang van wordt.
- Geef je kind de gelegenheid om over eventuele problemen, spanningen of juist de leuke dingen van de dag met je te praten.
- Als je kind eenmaal in bed ligt, kun je een verhaal voorlezen of zelf laten lezen. Praat er nog even over, om er zeker van te zijn dat geen enge dingen blijven ‘spoken’.
- Als je kind moeite heeft je in bed ‘los’ te laten, kan het helpen als je kind tien minuten zelf een boekje gaat lezen. Daarna beloof je nog even terug te komen om het licht uit te doen en een laatste kus te geven. Ook kun je wat ‘klusjes’ boven doen. Je kind weet dan dat je er nog bent. Bouw dit in stapjes af.
Nare dromen
Nare dromen of nachtangsten horen voor veel kinderen bij de normale ontwikkeling. De indrukken die je kind overdag opdoet, worden ’s nachts verwerkt. Bijvoorbeeld een ziekenhuisopname, een overlijden, ruzie op school of thuis. Als je kind ’s nachts in paniek of huilend wakker wordt, stel je kind dan gerust. Ga niet ’s nachts praten over de droom of angst. Doe dat de volgende dag als je kind ontspannen is. Laat je kind gewoon in zijn/haar eigen bed slapen.
Te vroeg wakker worden
- Wanneer je kind regelmatig te vroeg wakker wordt, is het goed om na te gaan wat het precies bezighoudt. Sommige kinderen zijn van nature vroeg wakker.
- Vertel je kind dat het bijvoorbeeld een boekje kan lezen of een tekening mag maken als het vroeg wakker wordt.
- Voor je eigen rust kun je je kind een klok geven met wijzers. Je kunt dan aangeven (bij kleine kinderen met stickers) hoe laat je kind je mag wekken of uit bed mag komen.
- Als je kind nog geen klok kan kijken, kan een lampje dat verbonden is met een tijdschakelaar, ook een uitkomst zijn. Als het lampje aangaat, mag je kind opstaan.