Begeleiding, bronopsporing, contactonderzoek

 

Zodra een TBC-patiënt is aangemeld bij GGD Hollands Noorden neemt de sociaal verpleegkundige TBC contact op met de patiënt. De TBC-patiënt en zijn omgeving worden dan voorgelicht over de ziekte, de behandeling en eventuele voorzorgsmaatregelen ter voorkoming van verdere besmettingen. Tijdens de hele behandelperiode, die tenminste een half jaar duurt, wordt de TBC-patiënt begeleid door de sociaal verpleegkundige TBC van de GGD. De intensiteit van deze begeleiding wordt daarbij afgestemd op de aard van de aandoening en de behoeften van de TBC-patiënt. De sociaal verpleegkundige TBC kan dan de TBC-patiënt periodiek thuis bezoeken, periodiek telefonisch contact onderhouden of een combinatie hiervan. De standaardbehandeling is 6 maanden, maar kan soms langer duren. Wel is het uitermate belangrijk dat de TBC-patiënt trouw elke dag de medicijnen inneemt.

Bij elke TBC-patiënt wordt een onderzoek van contacten uitgevoerd. Enerzijds wordt bij dit onderzoek nagegaan of de TBC-patiënt andere personen in zijn (directe) omgeving met TBC heeft geïnfecteerd (contactonderzoek) en anderzijds wordt gezocht naar de herkomst ('de bron') van een besmetting (bronopsporing). Ook als bij iemand een besmetting met TBC is vastgesteld wordt nagegaan door wie de besmetting is verspreid. Hiertoe wordt in overleg met de TBC-patiënt (of geïnfecteerde persoon) geïnventariseerd wie de (directe) contacten waren en in welke frequentie. Afhankelijk van de medische diagnose en de aard van de contacten worden personen door de GGD uitgenodigd voor een tuberculose onderzoek. Als eerste worden de naaste en frequente contacten onderzocht. Is er in deze groep een besmetting gevonden dan pas worden andere minder frequente contacten onderzocht.

Doel van het contactonderzoek is om de personen die contact hebben gehad met een TBC-patiënt en besmet zijn geraakt met de tuberkelbacterie vroegtijdig te kunnen behandelen zodat zij geen tuberculose krijgen. Doel van de bronopsporing is om een nog niet bekende open-TBC-patiënt te vinden zodat verdere verspreiding van TBC wordt gestopt.

De bronopsporing en contactonderzoeken worden uitgevoerd door de afdeling tuberculosebestrijding van de GGD. Het onderzoek bestaat uit een tuberculinehuidtest (Mantouxtest) en/of uit een röntgenfoto van de longen. Het onderzoek met de Mantouxtest vindt meestal tweemaal plaats, één keer kort na de melding van de TBC-patiënt en vervolgens 3 maanden later.

GGD Hollands Noorden gaat hierbij zorgvuldig om met de privacy van de TBC-patiënt. Uitgangspunt is dat de naam van de TBC-patiënt anoniem gehouden wordt. GGD Hollands Noorden doet dit conform de AVG (Algemene verordening gegevensbescherming).

Wist u dat…..

  • GGD Hollands Noorden door gericht onderzoek van de contacten in 2017 80 personen met een TBC-besmetting heeft gevonden.
  • Een goede hoesthygiëne de kans op verspreiding van TBC-bacteriën door de lucht verkleint! Een goede hoesthygiëne is dat gehoest wordt in een papieren eenmalig te gebruiken zakdoek of anders de hand voor de mond wordt gehouden.