Wmo-toezicht

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015

Op 1 januari 2015 is de ondersteuning en begeleiding, om zo lang mogelijk thuis te blijven wonen, gedecentraliseerd van het Rijk naar de gemeenten. De taken die daarbij komen kijken zijn o.a. vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (hierna: Wmo), Jeugdwet en Participatiewet. Ook het toezicht op de uitvoering van de Wmo ligt nu bij de gemeenten. Dit betreft het toezicht op algemene voorzieningen en maatwerkvoorzieningen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het toezicht op en de naleving van de kwaliteitseisen die de wet stelt. De Wmo stelt in hoofdstuk 3 een aantal algemene kwaliteitseisen, waaronder: ‘de aanbieder draagt er zorg voor dat de voorziening van goede kwaliteit is’. De gemeente dient daartoe een toezichthouder aan te wijzen.

Wat doet de GGD?

GGD Hollands Noorden houdt voor de gemeenten Alkmaar, Bergen, Uitgeest, Castricum en Heiloo toezicht op calamiteiten/geweldsincidenten. Dat wil zeggen: GGD HN onderzoekt onverwachte en niet-bedoelde gebeurtenissen bij wmo-voorzieningen, waarbij sprake is van een ernstig schadelijk gevolg voor een cliënt.

Wie moet melding maken en wat moet gemeld worden?

Aanbieders dienen op grond van artikel 3.4 Wmo-calamiteiten en geweldsincidenten te melden aan de toezichthoudend ambtenaar van de GGD. Er moet zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na de calamiteit/het geweldsincident gemeld zijn.

Hoe kan ik een melding doen?

Het melden van calamiteiten en geweldsincidenten kan door het digitale formulier 'Melding Wmo' in te vullen en op te sturen. Ook kan er telefonisch gemeld worden op werkdagen tussen 08.30 en 17.00 uur door te bellen naar 088-01 00 537. Uw melding zal na ontvangst worden doorgezet naar de toezichthoudend ambtenaar. Deze zal in beide gevallen binnen 3 werkdagen contact met u opnemen.

Als de toezichthoudend ambtenaar niet via een aanbieder een melding ontvangt maar langs een andere weg van een calamiteit/geweldsincident verneemt, dan verzoekt de toezichthoudend ambtenaar de aanbieder zo snel mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen (alsnog) een formele melding te doen. Indien een aanbieder niet meldt, ook niet na het verzoek hiertoe, kan de toezichthoudend ambtenaar zelf een onderzoek starten.

Wat wordt er met een melding gedaan?

De melding wordt geregistreerd en er wordt informatie ingewonnen bij betrokken partijen. De aanbieder kan zelf onderzoek naar de melding/calamiteit verrichten, maar dient deze wel eerst te melden. Na melding van de calamiteit of het geweldsincident krijgt de aanbieder een richtlijn ‘Calamiteitenrapportage’ toegestuurd. De aanbieder wordt vervolgens in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van 6 weken het onderzoeksrapport aan te leveren bij de toezichthoudend ambtenaar. Zij beoordeelt de rapportage op inhoud en op de onderzoeksmethode.

Indien het onderzoek door de aanbieder niet aan gestelde eisen voldoet zal de toezichthoudend ambtenaar de aanbieder in de gelegenheid stellen verbeteringen door te voeren. De toezichthoudend ambtenaar zal in alle gevallen de betreffende gemeente adviseren over de stand van zaken, de rapportage en een mogelijk vervolg.