Onderzoek PFAS in moedermelk
Op 1 juli publiceerde het RIVM de resultaten van landelijk onderzoek naar PFAS in moedermelk. Uit het onderzoek blijkt dat in alle onderzochte moedermelk kleine hoeveelheden PFAS zit. Dat is onwenselijk, maar de resultaten van het onderzoek geven geen aanleiding om de huidige adviezen over borstvoeding te veranderen.
Borstvoeding geven blijft positief
Het RIVM en het Voedingscentrum adviseren om borstvoeding te blijven geven, als dat mogelijk is. Ook al krijgen kinderen daardoor een beetje PFAS binnen. Een baby die borstvoeding krijgt, profiteert namelijk van belangrijke stoffen en de beschermende effecten van moedermelk. Zo versterkt borstvoeding het immuunsysteem van een baby juist, onder andere door de aanwezigheid van antistoffen en immuuncellen. Uit onderzoek blijkt dat baby’s die borstvoeding krijgen minder kans hebben op bepaalde infectieziekten, zoals oorontsteking, en een lager risico hebben op onder meer overgewicht en astma.
PFAS zijn door mensen gemaakte chemische stoffen die in veel producten worden gebruikt voor hun water- en vetafstotende werking. Ze hebben zich in de loop van de tijd opgehoopt in ons milieu, in water, bodem, voedsel en uiteindelijk ook in ons lichaam.
PFAS zit overal in het milieu. Uit eerder onderzoek van het RIVM blijkt dat bijna alle mensen in Nederland te veel PFAS in hun bloed hebben. Uit nieuw, grootschalig onderzoek van het RIVM blijkt dat PFAS in kleine hoeveelheden in moedermelk voorkomt. Ook is gekeken hoe vaak er te veel PFAS in moedermelk zit. Dat wil zeggen: meer dan de ‘risicogrens’. Moedermelk is voor veel baby’s belangrijke voeding.
82% blijft onder de risicogrens PFAS
Het RIVM deed dit onderzoek in moedermelk van 1629 Nederlandse vrouwen. In alle moedermelk is PFAS gevonden. In 82 procent van de monsters is de hoeveelheid lager dan de risicogrens. Dat betekent dat er bij deze hoeveelheden PFAS in moedermelk géén schadelijke effecten worden verwacht.
Verschillende PFAS
Het RIVM keek naar 29 verschillende PFAS. In bijna elk monster zaten minimaal twee soorten PFAS (PFOS en PFOA). In 93 procent van de monsters zijn vier soorten gevonden (PFOS, PFOA, PFNA en PFHxS). Daarvan kwam PFOS het vaakst voor en in de grootste hoeveelheden. Van de 29 PFAS zijn er 21 niet of bijna niet in moedermelk gevonden.
Mogelijk effect PFAS
In 18 procent van de onderzochte moedermelk zat wel meer PFAS dan de risicogrens. Dan kan PFAS effect hebben op het lichaam. Bij baby’s kan het immuunsysteem bij een te hoge blootstelling bijvoorbeeld minder goed gaan werken. Dit betekent niet dat baby’s hier meteen ziek van worden. Dat hangt van verschillende omstandigheden af, zoals erfelijkheid en leefomstandigheden.
Onderdeel van groot onderzoek
Dit onderzoek is onderdeel van een groot onderzoek in Nederland naar mogelijkheden om de blootstelling aan PFAS te verlagen. Dit PFAS onderzoeksprogramma wil onder andere inzicht geven aan welke soorten PFAS en in welke hoeveelheden inwoners van Nederland blootstaan. Dit gebeurt in opdracht van de ministeries van IenW, VWS en LVVN. Als het lukt om de blootstelling aan PFAS te verlagen, is de verwachting dat de hoeveelheid in moedermelk ook daalt.
Meer informatie
- Vraag en antwoord door GGD Leefomgeving: GGD Leefomgeving – PFAS
- Vraag en antwoord van het Voedingscentrum: Voedingscentrum duidt: PFAS in moedermelk | Voedingscentrum
- Zie het volledige RIVM rapport: PFAS in moedermelk van Nederlandse vrouwen | RIVM
- Achtergrondinformatie over gezondheidsrisico’s van PFAS en de GGD-adviezen, op basis van de meest recente inzichten: GGD Leefomgeving – PFAS