In Bergen is bij meerdere leerlingen bof vastgesteld. In dit artikel meer informatie over wat bof is, hoe je bof krijgt, wat je zelf kunt doen en wat de landelijke situatie is.
Vanaf eind november 2011 is in Bergen bij meerdere leerlingen bof (parotitis epidemica) vastgesteld. Het gaat om leerlingen in de hoogste klassen van het voortgezet onderwijs in Bergen. Zowel bij gevaccineerde als bij ongevaccineerde leerlingen is bof geconstateerd. De verwachting is dat verdere verspreiding van het bofvirus zal plaatsvinden. Hieronder lees je wat bof is, hoe je bof krijgt, wat je zelf kan doen en wat de landelijke situatie is.
Wat is bof?
Bof is een besmettelijke virusinfectie die een opvallende zwelling van o.a. de speekselklier (parotis), vlakbij het oor, veroorzaakt. De verschijnselen zijn:
- Dikke wang en hals gedurende 1 week;
- Pijn in of achter het oor, vooral bij kauwen en slikken;
- Droge mond; soms koorts; soms hoofdpijn.
Mogelijke complicaties zijn o.a. een hersen(vlies)ontsteking, zaadbal- of eierstokontsteking. Na het doormaken van de bof ben je levenslang tegen deze ziekte beschermd. Bof kan ook zonder verschijnselen verlopen. Men is dan wel besmettelijk voor anderen en nadien ook levenslang beschermd.
Zonder complicaties gaat bof na een week vanzelf over.
Hoe krijg je bof?
Het bofvirus verspreidt zich via kleine in de lucht zwevende vochtdruppeltjes uit de neus, keel en/of mond van de besmettelijke persoon (al dan niet ziek). Door deze niet-zichtbare druppeltjes in te ademen word je geïnfecteerd (besmet). De periode dat een persoon met bof anderen kan besmetten, ligt voornamelijk tussen 2 dagen voor tot maximaal 9 dagen na het begin van de speekselklierzwelling.
Wat kun je doen?
- Zorg voor een goede algemene hygiëne;
- Pas hoest- en nieshygiëne toe door bijvoorbeeld een zakdoek te gebruiken;
- Zorg voor een volledige vaccinatie tegen bof (=2x een BMR-vaccinatie met minimaal een maand ertussen). Voor deze BMR-vaccinatie kan een afspraak gemaakt worden bij de GGD (088 - 0100 530) of via de huisarts. Aan de vaccinatie zijn kosten verbonden. Heb je ooit bof doorgemaakt, dan is vaccinatie niet meer nodig.
- Heb je bof, ga dan niet naar feesten of bijeenkomsten tot 9 dagen na de speekselklierzwelling. Mijd in die periode ook contact met personen die een verhoogd risico hebben op complicaties bij bofinfectie. Dit zijn niet-immune zwangeren in het 1e trimester geboren na 1987 en personen met een verminderde afweer door ziekte of medicijnen. Niet-immuun betekent dat je nooit bof hebt gehad en nooit bent gevaccineerd tegen bof.
- Bezoek je huisarts kort na ontstaan van de klachten zodat bof vastgesteld kan worden. Dit is van belang om nadere informatie te verzamelen waarom bof nu weer meer voorkomt. Wordt bof vastgesteld door laboratoriumonderzoek of als er sprake is van contact bij wie bof is vastgesteld dan zal de huisarts dit melden aan de GGD. De lokale huisartsen zijn door de GGD geïnformeerd.
- Je kunt ook de GGD Hollands Noorden bellen met de afdeling infectieziektebestrijding op telefoonnummer 088-0100 535 (binnen kantoortijd).
Wat is de landelijke situatie?
Sinds begin 2010 zijn al meer dan 1000 patiënten met bof geregistreerd. Sindsdien zijn er meerdere verheffingen geweest. Ook in december 2011 zien we landelijk weer een toename van bof. De meeste patiënten zijn studenten, zowel gevaccineerd als niet gevaccineerd. Er is nog geen duidelijke verklaring waarom bof onder jongeren in verheffingen voorkomt. De nauwe sociale interactie tussen jongeren speelt mogelijk een rol bij de verspreiding, verder de verandering van het circulerende bofvirus en mogelijk een geleidelijke afname van de bescherming tegen bof na vaccinatie. In groepen van ongevaccineerden worden wel meer zieken gezien door het bofvirus.
In het Rijksvaccinatieprogramma worden kinderen op de leeftijd van 14 maanden en 9 jaar gevaccineerd met BMR sinds 1987. Na de start van deze landelijke vaccinatie tegen bof daalde het aantal patiënten tot ongeveer 50 per jaar.