Buiten is het nog steeds koud, dus de verwarming staat aan. Maar als een kachel, geiser of schoorsteen niet goed is onderhouden, kan er gevaarlijk gas vrijkomen. Dit gas is koolmonoxide. Elk jaar worden veel mensen slachtoffer van koolmonoxidevergiftiging. Sommige mensen overlijden hier zelfs door. Reden voor de GGD om u te informeren over wat u kunt doen om een koolmonoxidevergiftiging te voorkomen.Koolmonoxide
Koolmonoxide is een gas dat kan vrijkomen bij de verbranding van bijvoorbeeld aardgas, hout en kolen. Dit betekent dat koolmonoxide kan ontstaan bij het gebruik van gas- en verbrandingtoestellen zoals een geiser, kachel of open haard. Het gevaar van koolmonoxide is dat je het gas niet ruikt, proeft en ziet, waardoor je niet door hebt dat het er is. Daarom wordt koolmonoxide ook wel een sluipmoordenaar genoemd.
Koolmonoxidevergiftiging
Koolmonoxidevergiftiging is vooral bekend in de acute vorm, waarbij mensen in een korte tijd een grote hoeveelheid koolmonoxide inademen. Bij koolmonoxidevergiftiging kunnen klachten ontstaan zoals bijvoorbeeld hoofdpijn, misselijkheid en vermoeidheid. Iemand die heel veel koolmonoxide heeft ingeademd, kan zelfs bewusteloos raken en overlijden.
Naast de acute vorm bestaat er ook een aanhoudende koolmonoxidevergiftiging. Dit houdt in dat iemand tijdens een lange periode of regelmatig een klein beetje koolmonoxide inademt. Ook hierdoor kunnen gezondheidsklachten als hoofdpijn en vermoeidheid ontstaan, die gemakkelijk kunnen worden verward met bijvoorbeeld griepverschijnselen.
Wat te doen tegen koolmonoxidevergiftiging
Koolmonoxide kan vrijkomen wanneer er te weinig zuurstof aanwezig is voor een goede verbranding. Voor voldoende toevoer van zuurstof is het daarom belangrijk om te zorgen dat er goed wordt geventileerd. Zo moet er altijd een raam of (schoon) rooster open staan in de buurt van een kachel, geiser of gaskooktoestel.
Ook is het belangrijk dat verbrandingstoestellen, zoals een geiser of gaskachel, elk jaar worden gecontroleerd door een erkend installatiebedrijf. Daarnaast moet niet worden vergeten om de schoorsteen of het afvoerkanaal van het toestel te laten controleren en zo nodig te vegen.
Let op de signalen!
Er is een aantal signalen die er op kunnen wijzen dat er geen goede verbranding plaatsvindt. Door hierop te letten kunt u koolmonoxidevergiftiging in een vroeg stadium herkennen. Zo is aan de kleur van de vlam in de geiser, kachel of centrale verwarmingsinstallatie te zien of er goede verbranding plaats vindt. De vlam hoort blauw te zijn. Wanneer deze oranje is, betekent dit dat er te weinig zuurstof aanwezig is voor een goede verbranding. Hierdoor kan er koolmonoxide vrijkomen. Wanneer er geen goede verbranding plaatsvindt, ontstaat er ook veel vocht. Daarom kunnen ook beslagen ramen wijzen op het mogelijk vrijkomen van koolmonoxide. Ook wanneer er roetaanslag in of om het toestel ontstaat, kan dit een aanwijzing zijn dat de verbranding niet in orde is.
Wat kunt u doen als u klachten heeft
Als u bovengenoemde klachten herkent, is het belangrijk direct maatregelen te nemen. Bij lichte klachten is het belangrijk om frisse lucht binnen te laten en geiser, kachel of andere verbrandingstoestellen uit te zetten. Laat deze snel nakijken door een installateur. Bij ernstige klachten gaat u direct naar buiten en waarschuwt u een arts en de brandweer. De brandweer heeft middelen om veilig naar binnen te gaan en metingen te doen in de woning.
Om na het opvolgen van bovenstaande tips helemaal gerustgesteld te kunnen genieten van een warme douche of brandende gaskachel, kunt u ook nog een koolmonoxidemelder plaatsen. Er zijn koolmonoxidemelders te koop bij doe-het-zelfzaken die een alarm laten afgaan als er veel koolmonoxide in de ruimte is. De koolmonoxidemelder moet op anderhalf tot twee meter hoogte worden opgehangen.
Meer informatie?
Voor meer informatie over koolmonoxide en gezondheid kunt u contact opnemen met de GGD Hollands Noorden, medische milieukunde, tel.: (088) 01 00 500. Als u gezondheidsklachten heeft die misschien door koolmonoxide worden veroorzaakt, ga dan naar uw huisarts.