Ieder jaar is er sprake van een griepgolf. Vorig jaar zagen we dat griep veroorzaakt werd door Influenza A (H1N1) 2009. Dit was toen een heel nieuw griepvirus. In de volksmond werd dit griepvirus ook ‘Mexicaanse griep’ genoemd.
In het griepseizoen 2010-2011 zien we ook griepgevallen veroorzaakt door dit type maar daarnaast circuleren er ook andere varianten, zoals het influenza B-virus en Influenza A (H3N2). In de griepprik van dit seizoen zijn al deze varianten opgenomen. We beschouwen influenza A (H1N1) 2009 vanaf nu als een gewone seizoensgriep.
Voor mensen met een griepachtig ziektebeeld is het advies om bij de volgende symptomen contact op te nemen met de huisarts:
- kortademigheid
- ongewoon ernstig ziek zijn
- snelle verslechtering
- koorts die langer aanhoudt dan 3 dagen (kind) / 5 dagen (volwassene)
- koorts die terugkeert na een koortsepisode met griepachtige klachten.
Veel gestelde vragen over wel/niet vaccineren
- Waarom worden er nu geen mensen gevaccineerd?
- Waarom worden gezonde kinderen niet gevaccineerd?
- Als iemand toch de vaccinatie wil?
Voor antwoorden op bovenstaande vragen klik hier.
Griep en verkoudheid zijn erg besmettelijk. Goede hygiëne kan verspreiding voorkomen
Tijdens de herfst en winter lopen veel mensen griep of verkoudheid op. De virussen die griep en verkoudheid veroorzaken, zitten in druppeltjes snot, slijm en speeksel.
Ze worden door praten, hoesten of niezen verspreid. De kans op besmetting is vooral groot in ruimten waar mensen dicht bij elkaar zitten en waar slecht geventileerd wordt, zoals in een trein of bus, op school of kinderdagverblijf. Virussen worden ook overgedragen via handen, bijvoorbeeld als iemand een u hand geeft, of via voorwerpen zoals deurknoppen en speelgoed.
Verklein de kans op besmetting
De onderstaande maatregelen verkleinen de kans dat u besmet wordt, of dat u griep of verkoudheid aan anderen overdraagt. Leer de maatregelen ook aan kinderen. - Houd uw hand of zakdoek voor uw mond als u niest of hoest. Nies of hoest niet in de richting van een ander.
- Gebruik bij voorkeur papieren zakdoeken, tissues of handdoekjes en gebruik ze éénmalig. Gooi ze na gebruik in de vuilnisbak.
- Was regelmatig uw handen met water en zeep, zeker voor het eten en na het hoesten, niezen of snuiten. Droog daarna goed - en hygiënisch - uw handen.
- Maak voorwerpen zoals deurknoppen vaak schoon. Was ook regelmatig beddengoed en stoffen speelgoed op 60°C.
- Ventileer woon- en slaapruimten. Laat ventilatieroosters altijd iets open, of zet het raam op een kier (met anti-inbraakstang of slot).
Meer informatie